Grafische Termen & Begrippen

De meeste gebruikte grafische termen, begrippen uit de grafimedia wereld. Om u een beetje wegwijs te maken en ter verduidelijking van onze website, hebben wij de door ons meest gebruikte termen in een begrippenlijst gezet.
 
Uw Big Promotions  team
 
1/0, 1/1, 2/0, 4/0 en 4/4
De getallen staan voor het aantal kleuren per zijde. Bij 1/0 wordt het papier aan één zijde met 1 kleur (PMS) bedrukt, de andere zijde is onbedrukt. 1/0 staat dus voor `enkelzijdig bedrukt in 1 kleur`. Bij 4/4 wordt het papier aan beide zijden met 4 kleuren (full color CYMK) bedrukt. 4/4 staat dus voor `dubbelzijdig full color`.
A-formaat
Eenheidsformaat voor papier, waaraan drukpersformaten zijn gerelateerd. Dit zijn de meest gebruikte formaten: A1: 600 x 840 mm A2: 420 x 600 mm A3: 300 x 420 mm A4: 210 x 297 mm A5: 148 x 210 mm A6: 105 x 148 mm A7: 70 x 105 m
A4
297mmx210mm
Aanleverformaat
Op dit formaat dienen de bestanden te worden aangeleverd. Voor een folder is dat het uitgevouwen formaat met 3 mm afloop rondom. Voorbeeld: voor een A4 folder (eindformaat 29,7 x 21,0 cm) is het aanleverformaat dus: 30,3 x 21,6 cm.
Aanmaakpartij
Een hoeveelheid papier of enveloppen, niet uit het standaardassortiment van de groothandel, die volgens de wens van de opdrachtgever wordt geproduceerd. Dit betreft doorgaans grote hoeveelheden.
Aflopend bedrukken
Drukwijze waarbij de bedrukking tot aan de rand van het papier loopt.
Afsnede
Het deel van het bedrukte papier dat buiten de snijlijnen valt
 
Akte-enveloppen
Enveloppen met sluiting aan de korte zijde.
Binnenzijde
De binnenkant van de omslag, deze bestaat uit pagina 2 de achter pagina van de voorzijde en de op één na laatste pagina van uw brochure.
 
Bladspiegel
De afmeting van een bladzijde. Omdat het drukvel altijd groter is dan het eindproduct wordt alles wat buiten de bladspiegel valt bij de afwerking afgesneden
Bord
Karton dat een gramsgewicht heeft van meer dan 500g/m2.
Brocheren
Afwerkingsmethode, waarbij om het genaaide of garenloos tot stand gebrachte, al dan niet schoongesneden boekblok een buigzaam papieren omslag wordt bevestigd.
Certified PDF
Enige jaren geleden kwam de tijdschriften- en krantenwereld met de eis dat advertenties als Certified PDF moesten worden aangeleverd. Hierdoor werden ze niet meer geconfronteerd met opmaken van verschillende versies van alle mogelijke DTP-pakketten zoals QuarkXpress, Adobe InDesign, Adobe Pagemaker, Corel Draw etc. Daarna nam een groot deel van de grafische industrie deze vorm van aanlevering van digitale bestanden over. cPDF is vooral een hele geruststelling voor de ontvangende partijen: de drukkers en lithografen. De meest voorkomende fouten zoals RGB beelden, ontbrekende fonts, ontbrekende illustraties of te lage resolutie kunnen niet meer gemaakt worden omdat de PDF dan niet gecertificeerd wordt. Op deze manier voldoet al het digitale aangeleverde werk aan de Certified PDF norm.
 
CMYK
De gangbare afkorting voor Cyaan, Magenta, geel (Yellow) en zwart (black). Dit kleurensysteem wordt toegepast bij standaard vierkleurendruk.
Computer to plate (CTP)
Wanneer digitale bestanden niet eerst op film maar rechtstreeks op de offsetplaat belicht wordt.
 
Corps
Lettergrootte, uitgedrukt in punten (bijv. 10 punts Helvetica).
Courantdruk
houthoudend machineglad papier, meestal gebruikt voor kranten en ander goedkoop drukwerk
 
Degelpers
Drukpers met een vlakke plaat (degel) die tegen een drukvorm wordt geperst. Het is één van de oudste soorten persen, maar nog steeds in gebruik voor pregen, stansen en foliedruk.
Densiteit
Zwarting, donkerheidsgraad van tint.

 
Diapositief
Film of afdruk waarbij de letters uitgespaard zijn in een gekleurde of zwarte achtergrond. Op wit papier betekent dit, dat de letters wit zijn (papierkleur) en de achtergrond gekleurd of zwart (inktkleur).
Dienstenvelop
Envelop zonder venster met sluiting aan de lange zijde.
Diepdruk
Drukprocédé met koperen cilinders waarin de drukkende delen uit rasterpuntjes bestaan, deze rasterpuntjes liggen verdiept in de cilinder, de inkt vult de gaatjes waarbij met een rakel de overtollige inkt van de cilinder wordt verwijdert. Het papier wordt tegen de cilinder met inkt aangebracht waardoor het drukbeeld ontstaat. Meestal een
 
Digitaal drukken
Een combinatie van een kleurenprinter en een drukpers. Bij digitaal drukken wordt full colour gedrukt. Zeer geschikt voor kleinere oplagen. Maakt het mogelijk om elk drukvel van andere gegevens te voorzien (personaliseren).
 
Direct-to-plate
Systeem van offsetplaten maken, waarbij het maken van films niet meer nodig is.
Dispersielak
Vernis op basis van water.
 
Dpi
Dots per inch. Eenheid van resolutie van uitvoerapparaatuur uitgedrukt in punten (dots) per strekkende inch. Eenheid van rasterlineatuur. De resolutie van een beeldscherm is over het algemeen 72 dpi, de resolutie van een te drukken foto is 300 dpi.
Drukplaat
Metalen of polyester plaat waar de beeldinformatie op is geëtst. Deze wordt op de drukpers gemonteerd met als doel het drukbeeld over te brengen op het papier.
Drukproef
Redelijk accurate weergaven van de pagina`s zoals die er gedrukt uit zullen zien. De drukproeven van BusyMark zijn gemaakt op een inkjetprinter. De kleuren zijn een redelijke getrouwe weergave van de werkelijke drukkleuren, echter kunnen afwijken van de uiteindelijke levering.
DTP
(desktop publishing) Verzamelnaam voor grafische opmaak-, lay-out- en retoucheerwerkzaamheden (digitaal verwerken van tekst en beeld) met behulp van grafische software zoals InDesign, Photoshop en Illustrator.
 
Duotone
Drukwijze, waarbij een foto of illustratie wordt opgebouwd uit twee (PMS)kleuren.
Europaschaal
Door drukkerijen in Europa gebruikte standaard; reeks van vier kleuren drukinkt waarmee alle kleurnuances zijn weer te geven, noodzakelijk voor het weergeven van kleurenfoto`s.
 
Film
Lithografische film is transparant lichtgevoelig materiaal dat wordt gebruikt om het (uit rasterpuntjes opgebouwde) drukbeeld op te belichten. Hierop staat in zwart-wit altijd maar 1 kleur van het totaal aantal drukkleuren. Deze film wordt vervolgens op de drukplaat overgezet zodat het drukbeeld in de gewenste kleur op het papier gedrukt wordt.
Flexografie/flexodruk
Matig kwalitatieve, rotatieve druktechniek waarbij gebruik wordt gemaakt van flexibele, kunststof drukvormen. Veel gebruikt voor de verpakkingsindustrie
FM raster (stochastisch raster)
FM-raster staat voor Frequentie geModuleerd raster (ook wel stochastisch raster genaamd). Het is een variant op de klassieke en gebruikelijke rasters.
 
Foliedruk
Het drukken van een (al dan niet glanzende) folie op papier d.m.v.   warmte en hoge druk.
Font
Verzamelnaam voor de varianten van een lettertype. Een font bestaat uit alle tekens van het alfabet die voorhanden zijn (kapitalen, onderkast), plus cijfers, leestekens, accenten en bijzondere tekens van een lettertype.
FSC Forest Stewardship Council
FSC is de enige organisatie die een certificeringschema heeft opgesteld voor alle soorten bossen en plantages dat wereldwijd kan worden toegepast. De succesformule van het onafhankelijke FSC-keurmerk schuilt erin dat zowel alle grote milieu- en ontwikkelingsorganisaties in de wereld als het internationale bedrijfsleven zich achter het FSC-keurmerk scharen
 
Full-color
Drukproces, opgebouwd uit vier basiskleuren (cyaan, magenta, geel en zwart). Met deze kleuren kunnen bijna alle kleuren nagebootst worden.
G/m2
Eenheid waarin het gewicht van papier uitgedrukt wordt; het aantal grammen dat een vierkante meter papier weegt. Briefpapier wordt bijvoorbeeld doorgaans op 80 grams papier gedrukt.
Garenlas
katernen worden voor de laatste vouwslag voorzien van een nylon `nietje´. Dit nietje wordt dan op de rug van het katern aan het papier gelast. Daarna worden de katernen net als bij garenloos, door middel van lijm met elkaar verbonden en in een omslag gehangen
Garenloos binden
Bindwijze waarbij de rug van het boekblok wordt weggesneden of -gefreesd en de vervolgens ontstane losse bladzijden door middel van een elastische lijm in een omslag worden gelijmd zoals een telefoonboek.
 
Garenloos gebrocheerd
Vergaarde katernen worden in de rug gefreesd, gelijmd en met een omslag omtrokken, bij deze techniek wordt geen garen gebruikt, er wordt alleen gebruik gemaakt van lijm.
 
Gebrocheerd
Als drukwerk gevouwen wordt kan het in de vouw `breken´. Zeker bij brochures waarbij de bedrukking over de vouw loopt, kan dit bijzonder lelijk worden. Om dit te voorkomen worden uw brochures machinaal `voorgevouwen´ dit verkleint de kans op het breken van uw drukwerk en uw brochure blijft keurig dichtgevouwen liggen.
 
Gehecht
Indien een brochure uit meerdere vellen bestaat, is het nodig deze dmv nieten of garen aan elkaar te hechten.
Genaaid gebonden
Bindwijze waarbij afzonderlijke katernen aan elkaar genaaid worden met garen en vormen zodoende een boekblok, waar omheen een band aangebracht wordt met behulp van schutbladen.
 
Geniet gebrocheerd
In elkaar gestoken katernen die in de rug worden voorzien van nietjes soms met een omslag.
 
Gesatineerd
Glanzend gecoat papier, de glans wordt bereikt door het machinaal aanbrengen van een strijklaag.
 
Gesatineerd papier
gekalanderd Papier dat extra glad is gemaakt door het tussen rollen glad te wrijven, wordt o.a. gebruikt voor tijdschriften en reclamedrukwerk.
 
Gestreken
Machine-Coated Papier/karton dat is voorzien van één of meer strijklagen.
 
Graficus
Onafhankelijk weekblad voor de grafische en communicatie industrie
Houthoudend papier
Mindere kwaliteit papier vergeelt snel, vervaardigd met een percentage (meer dan 10%) fijn houtslijp. Wordt vaak gebruikt voor kranten.

 
Houtvrij papier
Kwaliteitspapier vervaardigd uit celstof of lompen. Ook wel afgekort als HV, bijv. in HVO; houtvrij offset. Hoofdzakelijk gemaakt uit cellulose.

 
Huisstijl
Vormgeving die toegepast wordt in alle (grafische) visuele uitingen van een organisatie. De uitingen voldoen aan (soms vastgelegde) richtlijnen m.b.t. opmaak, kleurstelling en gebruik van lettertypen en uitvoering zoals: beeldmerken, drukwerk, belettering van wagenpark, bedrijfskleding, bewegwijzering, gevelbelettering en kantoorinrichting. Ze geven een organisatie een herkenbaar "eigen" gezicht.
Inschiet
Het aantal extra drukvellen wat tijdens de productie nodig is om de machines in te stellen.
Inslagschema
Overzicht van de indeling van pagina`s hoe deze op een drukvel worden gedrukt, zodat ze na te zijn gevouwen en gebrocheerd een katern van een boekje vormen.

 
Kapitaal
Hoofdletter.
Karton
Papier met een gramsgewicht tussen de 150 en 600 g/m2. Zwaarder dan 600 g/m2 heet bordkarton.
Katern
Deel van een brochure of boek, dat bestaat uit één gevouwen drukvel en een veelvoud van vier pagina`s omvat.
Kleurscheiding
De verdeling van een kleurenbeeld in de afzonderlijke drukkleuren om deelfilms te maken waarmee in druk de kleuren worden gereproduceerd. Bij vierkleurendruk wordt het beeld dus gescheiden in 4 deelkleurenfilms.
Kruisslag vouwen / Kruisvouw
Als bij het vouwen de tweede vouw dwars op de eerste vouw gaat.

 
Lamineren
Het aanbrengen van een transparante folie d.m.v. warmte en lijm. Deze kan mat of glanzend zijn of een linnenstructuur bevatten.
Lettertype
Bestand met de gegevens van één lettertype, wordt ook wel font genoemd.
Levertijd
De levertijd is de tijd, in werkdagen, vanaf ontvangst van uw betaling tot aan de aflevering van uw bestelling
Litho
De positief- of negatieffilm, in het bijzonder van afbeeldingen, waarmee machineplaten worden gekopieerd.
Looprichting
Richting waarin de (hout)vezels in een vel papier liggen. Dit kan langlopend (LL) of breedlopend (BL) zijn en is belangrijk voor de richting waarin het papier door de drukpers of vouwmachine gevoerd wordt.
LWC
Light Weight Coated is lichtgewicht, 2-zijdig machinegestreken houthoudend papier voor de rotatiedruk. Ondanks een laag gramgewicht 35 tot 70 grams heeft dit papier en hoge opaciteit en is goed bedrukbaar in diepdruk of offset

 
Machine coated papier
machine coated papier Papier waar op doormiddel van een nabewerking door de papierfabrikant een dunne strijklaag is aangebracht. Heeft een gesloten, oppervlaktestructuur en is zeer geschikt voor het drukken van foto`s of rastervlakken. Drukwerk op dit papier ziet er wat `glanzender´ uit, zonder gebruik te hoeven maken van dure persvernis. Wordt meestal gekozen voor boeken, folders en brochures met veel foto`s. Er zijn 2 uitvoeringen: glanzend gesatineerd en mat ongesatineerd.

 
Moiré
Ongewenste optisch verschijnsel in de vorm van ruis/stippenstructuur in het gerasterde drukbeeld, die ontstaat als de rasterhoeken niet ver genoeg uiteenlopen.
Nieten
Dit is de eenvoudigste manier van hechten en is een veel toegepaste methode voor de afwerking van tijdschriften en brochures. Een brochure bestaat uit een aantal in elkaar gestoken katernen die bijeengehouden worden door één of meerdere nietjes in de rug.

 
Nummeren
Het drukwerk per exemplaar voorzien van een oplopend nummer.

 
Oblong
Een drukwerkformaat met de rug of vouw aan de korte zijde. liggend formaat
Offset
Vlakdruktechniek gebaseerd op het principe dat water (vochtwater in de pers) en vet (drukinkt) elkaar afstoten. Het beeld wordt vanaf een metalen drukplaat, die eerst vochtig gemaakt wordt waarna de inkt op de vetaantrekkende delen (het drukbeeld) gezet wordt, via een rubber cilinder op het papier overgebracht.
Offsetrotatie
Druktechniek die toegepast wordt bij hoge oplages zoals kranten, huis aan huis folders, tijdschriften etc.

 
Onderkast
Vakterm voor de `kleine letters` van het alfabet. De benaming stamt uit de handzetterij, waar deze meestgebruikte letters opgeslagen zijn in de kast die het laagst geplaatst is op de bok (de werkbank van de zetter) en dus het gemakkelijkst onder zijn bereik.
Oplage
Het aantal te drukken exemplaren.
Overzetten
Drukprobleem; afgeven van inkt aan de onderzijde van het bovenliggende drukvel. Dit onstaat ondermeer door een te vette laag inkt op het papier.
PDF (Portable Document File)
Bestandsformaat voor universele bestandsuitwisseling.
PDF/X-3:2002
PDF-X-3:2002 is een standaard voorinstelling van PDF. De X staat voor eXchange; een PDF/X-document kan in principe door elke drukkerij verwerkt worden. Dit houdt bijvoorbeeld in dat enkel CMYK-kleuren gebruikt worden, dat alle fonts in de PDF aanwezig zijn, dat het document niet versleuteld is, etc. Let er wel op dat u wel zelf de afloopinstellingen nog moet ingeven, deze worden bij PDF/X niet standaard geëxporteerd.
Perforeren
Afwerkingstechniek, waarbij een lijn van kleine gaatjes in het papier geponst wordt, die als scheurrand kan dienen.
Persvernis
In een extra drukgang op een offsetpers aan te brengen vernislaag die een betrekkelijke bescherming en een matige glans geeft aan drukwerk.
Pixel
Picture element = beeldelement. Het kleinste onderdeel waaruit een beeldscherm is opgebouwd. Digitale afbeeldingen zijn opgebouwd uit een verzameling pixels die elk een specifieke kleur of tint hebben. Het oog neemt verschillend gekleurde pixels waar als een enkele mengkleur.
Plano vellen
Ongevouwen drukwerk.
PMS-kleuren (Pantone-kleuren)
PMS; een gestandaardiseerd kleursysteem van Amerikaanse herkomst, gebaseerd op acht uitgangskleuren (geel, warm rood, robijnrood, rhodaminerood, paars, diepblauw, cyaan, groen) alsmede zwart en transparant wit. Hieruit zijn 505 mengingen gemaakt met vaststaande nummers. Aan de hand van de eveneens gegeven receptuur kan men deze kleuren zelf mengen, ofwel ze van de fabrieken die het systeem hanteren (verscheidene, zowel in de USA als in Europa) in de juiste samenstelling betrekken. Het systeem is echter in sommige landen (o.a. Duitsland) minder bekend.
Pregen (Blinddruk)
Door persing in een vorm en tegenvorm een reliëf in papier aanbrengen.
Raster
Patroon van fijne puntjes, waaruit een beeld of een foto opgebouwd is.
Rasterfrequentie
rasterlinatuur Het aantal rijen of lijnen met rasterpunten in een gerasterd beeld binnen een bepaalde afstand, meestal aangegeven in lijnen per strekkende inch lpi of lijnen per strekkende centimeter lpcm. De fijnheid van een raster wordt vermeld in lijnen per cm. l/cm, lijnen per Inch lpi of dots per inch dpi. Afhankelijk van de druktechniek en het te bedrukken oppervlak. In Offset gebruiken we meestal raster 175 lpi. Voor iedere papiersoort bestaat een optimale lineatuur, voor gerecycleerd papier is dat 150 lpi, voor offsetpapier 175 lpi en voor kunstdruk 200 lpi
 
Resolutie
Aanduiding van de kwaliteit van een afbeelding of uitvoerkwaliteit van een apparaat bijv. printer uitgedrukt in dpi. Voor drukwerk wordt doorgaans 300 dpi gebruikt.
 
RGB
Kleurensysteem, uitsluitend bedoeld voor weergave op een beeldscherm, opgebouwd uit rood, groen en blauw. U dient uw bestanden dus niet aan te leveren in RGB. Om kleuren voor full color drukwerk te kunnen verwerken zijn bestanden nodig die zijn opgemaakt in CMYK.
Rillen
Techniek waarbij het drukvel wordt gekneusd op de plaats van de vouw. Hierdoor verloopt het vouwen eenvoudiger. Rillen is sterk aan te raden bij papiersoorten vanaf 170 gram.
Rotatie offset
Offset op een rotatiepers, er wordt gedrukt op papier van de rol. Dit in tegenstelling tot vellen-offset, waar gedrukt wordt op plano vellen.

 
Schoon- en weerdrukken
Drukwijze, waarbij de voor- en achterzijde van een drukvel met dezelfde vorm gedrukt wordt. Hiermee spaar je een extra set platen uit.
Schoonsnijden
Het nasnijden van het drukwerk op het juiste formaat.
Schreefloos
Verzamelnaam voor letters die geen schreven hebben, in tegenstelling tot schreefletters. (bijv. Helvetica of Arial is een schreefloze letter en Times is een schreefletter).
Selfcovering
Hierbij is de cover van het zelfde papiersoort als de pagina`s in het binnenwerk.
 
Sluitwerk
Drukwerk waarbij de kleuren zeer nauwkeurig (sluitend) in elkaar of tegen elkaar worden gedrukt.
Spot`vernis/UV´
Het aanbrengen van een veredeling bv. vernislaag op bepaalde delen van het papier. Dit kan bijvoorbeeld UV-lak of persvernis zijn
 
Stansen
Het snijden, in de meeste gevallen met een speciaal daarvoor gemaakt mes, van papier of karton in een bepaalde vorm.
Steunkleur
Extra PMS-kleur naast drukkleur zwart.
Sulfaatkarton
Bijzonder taai, houtvrij karton, gemaakt van sulfaatcelstof uit naaldhout
 
Tussensnede
De ruimte op het papier dat tussen de schoongesneden drukvellen uit gesneden wordt. Dit is nodig wanneer er bijv. meerdere aflopende kaartjes op 1 drukvel staan.

 
UV-lak
Hoogglanslak voor drukwerk met zeer sterke eigenschappen die door middel van Ultra Violet licht op de drukpers gedroogd wordt.
 
UV-vernis
Hoogglandzende of matte vernis voor drukwerk die door middel van Ultra Violet licht op de drukpers gedroogd wordt.

 
Vellen offset
Drukprocede waar het papier vel voor vel wordt bedrukt.
Veredeling

Een functionele of beschermende laag die op bedrukt papier gedrukt wordt. Vooral grote vlakken en foto`s op boekomslagen, folders, displays en verpakkingen zijn kwetsbaar. Bijvoorbeeld Lamineren, Plastificeren, UV-lakken, Dispersie lakken, persvernissen. Veredelingsmethoden kunnen de kleuren van het drukwerk beïnvloeden.
 
Vergaren
Het in de juiste volgorde verzamelen van vellen of katernen tot sets, boek of losbladige uitgave. Zoals bij o.a. zelfkopierende vellen in een bonnenblok.
 
Vernis/UV-lak
Beschermende transparante laag welke aangebracht wordt op het drukvel. variërend van mat, halfmat tot glanzend.
 
Vernissen
Het geheel of plaatselijk aanbrengen van een matte of glanzende vernislaag. De oorspronkelijke functie was (en is) het beschermen van de inktlaag. Ook gebruikt om delen van het drukwerk te doen oplichten. Techniek offset
Vierkleurendruk
Kleurendruksysteem om afbeeldingen in alle kleurnuances weer te geven. Gebaseerd op vier basisdrukkleuren (cyaan (blauw), magenta (rood) geel en zwart.
Vouwen
Het vouwen van het drukwerk als onderdeel van de afwerking.
Witmarges
Witruimte rondom de zetspiegel van een bladzijde. Kopwit is de bovenmarge, staartwit de ondermarge. Zijwit: marge aan de zijkant

 
X-hoogte
De hoogte van de onderkastletter x

 
Zeefdruk
Druktechniek waarbij de inkt door een zeef op het te bedrukken materiaal wordt gebracht. Toegepast in veelal kleine oplagen, voor zeer dekkende inkten en het bedrukken van bijv. kunststoffen en t-shirts.
Zelfklevend materiaal
Papier, kunststof of metaalfolie dat aan een zijde een kleeflaag draagt.
Zelfkopiërend papier
Papier dat aan een of twee zijden een op druk reagerende chemische laag draagt waaruit beeld ontstaat. Toegepast bij o.a. meervoudige doorschrijvende sets.
Zetbreedte
Maximale breedte waarbinnen het zetwerk moet vallen.
Zetspiegel
De maximale hoogte en breedte van zetwerk op een pagina.

 
Zigzagvouw
harmonicavouw Een vouwwijze.

 
brocheren, cmyk, drukplaat, duotone, foliedruk, gesatineerd, huisstijl, lamineren, stansen, zeefdruk, zelfklevend, pregen, persvernis, offset, karton, full-color, dpi